Veelgestelde vragen
Toch niet gevonden wat je zocht? Contacteer ons dan.
Wanneer zijn elektrische keuringen nodig?
Het keuren van de elektrische installatie is in heel wat situaties verplicht:
- Bij de verkoop van een woning
- Naar aanleiding van de installatie van zonnepanelen of andere uitbreidingen van de installatie
- Bij het opzetten van een tijdelijke werfinstallatie
- Bij de aanleg van een nieuwe installatie ( nieuwbouw / woningbouw / totaalrenovatie)
- Installatie van een werfkast
- Als je een verzwaring van de installatie doorvoert op het distributienet ( zelfs al verandert er verder niets )
- Plaatsing van een laadpaal
Hoe lang is een keuringsverslag geldig?
Sinds 1 oktober 1981 is het verplicht om nieuwe elektrische installaties te laten keuren.
Wil je een woning verkopen met een elektrische installatie van voor 1 oktober 1981, dan zal je sowieso een nieuw keuringsverslag nodig hebben. Tenzij je uiteraard tussentijds reeds een keuring hebt laten doorvoeren omwille van een verzwaring of aanpassing. In het laatste geval volstaat een gelijkvormigheidsverslag.
Tip: Bij een negatief keuringsverslag heb je 12 tot 18 maanden de tijd om een nieuw keuringsverslag te laten opmaken. Je kan wel uitstel vragen bij de FOD Economie.
In alle andere gevallen is een keuringsverslag 25 jaar geldig. Dan dien je de volledige elektrische installatie opnieuw te laten keuren. Dit is het geval bij een verkoop van een woning met elektrische installatie dat na 1 oktober 1981 geplaatst is.
Wat heb ik nodig voor de keuring plaatsvindt?
Nog voor je iemand belt om je elektrische installatie te laten keuren, zorg dat je in bezit bent van volgende documenten:
- Eendraadschema: schematische weergave van de elektrische installatie. Dit omvat verbindingen en symbolen voor stroomcircuits, verbindingen…
- Positieschema: zoals de naam reeds doet vermoeden is het positieschema een voorstelling van de precieze locatie van de onderdelen van je elektrische installatie zoals verlichting, stopcontacten, elektrische machines…
- EAN-nummer: voor elk leveringspunt van elektriciteit wordt een unieke EAN-code van achttien cijfers afgegeven. Let op, dit is niet je meternummer maar het nummer dat je krijgt van je netbeheerder. Heb je reeds een energieleverancier, dan vind je het EAN-nummer ook op je factuur. Je kan het natuurlijk ook even navragen aan de vorige bewoner. Het nummer is dus niet persoonlijk maar meer plaatsgebonden.
Meest voorkomende problemen bij keuring
- Aarding is niet aanwezig of is onvolledig.
- Spreidingsweerstand is te groot.
- Nominale stroom van zekeringen of automaten zijn niet aangepast aan de stroomcircuits en geleiders.
- Niet alle zekeringen of automaten beschikken over een kalibreerelement.
- Elektriciteitsplan of positieplan is niet aanwezig.
Waarom heb je elektrische schema’s nodig voor je elektriciteit?
Het ééndraadschema en het situatieplan geven een schematisch overzicht van hoe je elektrische installatie aangelegd is. Meeste personen denken dat dit enkel belangrijk is om je elektrische installatie niet afgekeurd te zien maar eigenlijk zijn deze tekeningen nog belangrijker voor jezelf.
Eerst zullen we kort uitleggen wat elk schema of elektrisch plan inhoudt en dan tonen we aan waarom ze belangrijk zijn voor je elektrische installatie.
Renovatiepremie voor elektriciteit: eigenaars en huurders
Een renovatiepremie wordt uitgereikt aan bewoners van een woning of appartement van minstens 30 jaar oud en gelegen in het Vlaamse Gewest. Dit betekend dus dat je niet enkel als eigenaar maar ook als huurder een renovatiepremie mag aanvragen. Belangrijk om kans te maken op deze premie is jouw inkomstensituatie. Er zijn verschillende inkomstenplafonds ingevoerd afhankelijk van:
- alleenstaand zonder persoon ten laste
- alleenstaand met één of meerdere personen ten laste
- getrouwd, feitelijk of wettelijk samenwonend bent
De huidig ingestelde plafonds kan je vinden op de website van Vlaanderen.
Belangrijk bij een renovatiepremie zijn de facturen. Deze mogen niet ouder zijn dan 2 jaar. Deze facturen worden dan aan je dossier gekoppeld. Afhankelijk van de aard van de werken en totale kost, wordt de totale premie berekend die je kan krijgen.
Ja, een aarding is inderdaad verplicht en ook voor jezelf meer dan aangeraden.
Hoe werkt de aarding in je woning?
Met een aardbeveiliger of verliesstroomschakelaar wordt de stroom gemeten die het huis binnenkomt via de grond en de stroom die uit de woning terugkeert. Als er een té groot verschil is tussen beiden, valt de stroom in huis volledig uit.
Aarding laten opmeten & aarding aansluiten
Een goed aangelegde aarding is belangrijk want wanneer de aarding niet correct is aangelegd wordt de verliesstroom niet afgevoerd en kan de verliesstroomschakelaar natuurlijk ook niet uitvallen in geval van te veel stroomverlies ( overschrijding van een bepaalde waarde ).
Ben je niet zeker of je aarding correct is aangesloten of nog goed werkt? Vraag zeker een elektricien om de aarding op te meten. Via speciale apparatuur kan men zien of alles correct werkt. Uw elektricien zal bij een eventueel slecht aangelegde aarding ook onmiddellijk een oplossing kunnen aanbieden zoals het plaatsen & aansluiten van een extra aarding of een kleine aanpassing.
1. Nieuwe huishoudelijke elektrische installaties
Het was al verplicht om de niet-verplaatsbare elektrische toestellen achter een – laatste keer dat we het woord gebruiken – differentieel van 30 mA te stoppen. De stroombanen die voeding geven aan verlichtingskringen en contactdozen voor verplaatsbare elektrische toestellen vallen vanaf nu onder dezelfde voorwaarde.
De grootste wijzing voor de elektricien situeert zich dus in het eventueel bijplaatsen van een differentieelstroombeschermingsinrichting van 30 mA. Alles wat voeding geeft aan niet-vaste toestellen krijgt op deze manier een extra beveiliging. Die dient ter bescherming van personen tegen onrechtstreekse aanraking en brandgevaar, maar is ook bij rechtstreekse aanraking een extra beveiliging.
Worden de zekeringskasten hierdoor straks groter? In bepaalde gevallen wel. Het toegelaten aantal stroombanen is beperkt tot 8 per bijkomende differentieelstroombeschermingsinrichting van 30 mA. Het is dus perfect mogelijk dat er een paar differentieelstroombeschermingsinrichtingen bijkomen.
Extra aandacht voor het ééndraadschema en situatieschema
Er komen nieuwe symbolen in het ééndraadschema en situatieschema van huishoudelijke installaties. Nieuwe robotica, domotica en evoluties in voedingsbronnen brengen een noodzakelijke update met zich mee. De installateur geniet bovendien meer vrijheid bij het opstellen van schema’ s en plannen want hij mag een symbool dat eventueel nog niet voorzien is in het AREI zelf definiëren in de legende en daarnaar verwijzen.
Ook de formaliteiten van de schema’s en plannen die gepaard gaan met elke nieuwe huishoudelijke elektrische installatie of elke belangrijke wijziging of uitbreiding van een bestaande huishoudelijke elektrische installatie, zijn gewijzigd. Zo hoeft de eigenaar die bijvoorbeeld niet langer te ondertekenen, maar is er wel sprake van een duplicaat.
De gemeenschappelijke delen van een residentieel geheel worden vanaf 1 juni 2023 niet langer beschouwd als ‘huishoudelijke installaties’. Het periodieke controle-interval bedraagt daardoor 5 jaar, i.p.v. 25 jaar.
2. Bestaande, oude huishoudelijke elektrische installaties van voor 1/10/1981
Er waren in het verleden een aantal afwijkingen en toelatingen voorzien voor deze oude huishoudelijke elektrische installaties. Denk aan de stopcontacten zonder aardingspin of stopcontacten zonder kinderveiligheid … Vanaf 1 juni behoren die afwijkingen tot het verleden en zijn ze de facto verboden.
Ook oude huishoudelijke elektrische installaties moeten dus bijkomend de juiste contactdozen krijgen, na – opnieuw – een differentieelstroombeschermingsinrichting van 30 mA. De differentieelstroombeschermingsinrichting die geplaatst wordt in die oude installaties moet bovendien van het type A zijn. Vroeger mocht je type AC in dienst laten, nu niet meer. Bij een belangrijke wijziging of uitbreiding aan oude huishoudelijke elektrische installaties zal de differentieelstroombeschermingsinrichting aan het begin van de installatie eventueel dus vervangen moeten worden door een verzegelbare type A. Daarnaast zijn enkel nog penzekeringen of penautomaten met kalibreerelementen toegelaten.
Concreet en impactvol: de badkamer moet – in tegenstelling tot vroeger – net zoals de vaatwasser, de droogtrommel, de wasmachine – altijd na een bijkomende differentieelstroominrichting van 30 mA geplaatst worden. De hoofddifferentieelstroombeschermingsinrichting moet bovendien verzegelbaar zijn.
Conclusie? Voor de bestaande huishoudelijke elektrische installaties komen er een heel aantal nieuwe veiligheidsmaatregelen. Alles wat vroeger als ‘afwijking’ bestond, is eigenlijk verdwenen.
3. Bestaande huishoudelijke elektrische installaties die voldoen aan het oude AREI (tot 1987)
Hier lag het veiligheidsniveau sowieso al relatief hoog en blijft de impact beperkt. De belangrijkste aanpassingen bestaan erin dat het type AC-differentieel wordt verboden en dat een differentieelstroombeschermingsinrichting altijd verzegelbaar moet zijn.
Wanneer in oude of bestaande installaties nieuwe stroombanen ontstaan, moet je de verplaatsbare toestellen of verlichtingskringen altijd na een 30 mA-differentieelstroombeschermingsinrichting plaatsen.
Is er al zo’n differentieelstroombeschermingsinrichting aanwezig, tel dan altijd de stroombanen want vanaf dat er meer dan 8 stroombanen zijn, moet er een bijkomende differentieelstroombeschermingsinrichting van 30 mA komen.
Wat zegt het AREI over de secundaire bekabeling?
De AREI-vereisten voor elektrische installaties op laagspanning en zeer lage spanning zijn ook van toepassing op alle kabels ten behoeve van communicatie- en informatietechnologie.
De CPR-regelgeving rond de keuze van bekabeling, IT-leidingen en communicatie is nog altijd dezelfde. Enkel de rol van controle-organisme dat de elektrische keuring voor zijn rekening neemt, is verfijnd en minder voor interpretatie vatbaar.
Als de afstand van die secundaire bekabeling minder dan 20 mm is tegenover de elektrische leidingen, moet het organisme dat de elektrische keuring voor zijn rekening neemt die meenemen in haar controle, en erover waken dat de aanwezigheid van die bekabeling, IT- en communicatielijnen geen invloed heeft op de algemene veiligheid van de elektrische installatie.